
11 - 12 april 2006. Typerend voor deze mooie, sfeervolle, interessante en historierijke stad: oud en nieuw naast elkaar.
In de nacht van 10 op 11 april kwam ik aan en de nacht van 12 op 13 april vertrok ik weer naar Amsterdam. Het waren 48 intensieve en kleurrijke uren, met veel afwisseling en verrassingen. Op de dinsdagavond liet Nizar, samen met Ahmad, mij Beirout zien. Vooral 'down town'. Met vele bijzondere 'landmarks', zoals de straat waar de voormalige premier van Libanon, Rafik Hariri, op 14 februari 2005 is vermoord. De straat is nog steeds afgesloten en de gebouwen staan er bij als de dag na de aanslag: deels ineengestort en de facades volledig weggeblazen. Indrukwekkend en angstaanjagend tegelijk.
Rafik Bahaa Edine Hariri (
Sidon 1 november 1944 –
Beiroet 14 februari 2005) was een
Libanese zakenman,
miljardair en gedurende een tiental jaren
premier van dat land. Hij verdiende zijn kapitaal in de
jaren '70 als ondernemer in de bouw in
Saoedi-Arabië. Van dat land kreeg hij in
1978 de nationaliteit als beloning voor het bouwen van een paleis voor de toenmalige Saoedische koning
Khalid (Bron: Wikipedia:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Rafiq_Hariri). Hariri werd op 16 februari begraven bij de Mohammed Al Amin
moskee; deze moskee had hij indertijd zelf medegefinancierd, en hij zou haar nog komen openen. Vier weken na de moordaanslag werd in het centrum van
Beiroet een massa-demonstratie gehouden met naar schatting 1 miljoen deelnemers. Daarmee is deze demonstratie de grootste anti-overheidsbetoging ooit in het
Midden-Oosten.
In het hart van het centrum, precies tussen West en Oost Beirout, hebben we authentiek Libanees gegeten: verschillende soorten 'appetizers' en verschillende soorten geroosterd vlees. Drie maanden geleden in Dubai had ik eerder Libanees gegeten. Ik vind het bijzonder, met een uitgesproken smaak.
De dag van de workshop met Dar Al-Handasah, de adviseur van Dubai of Civil Aviation, zijn we na de meeting de bergen in gereden. Het grootste deel van Libanon bestaat dan ook uit gebergte en bossen.
Libanon grenst in het westen aan de
Middellandse Zee met een kustlijn van 225 km. Ten noorden en oosten van het land ligt
Syrië (grenslijn 375 km) en ten zuiden grenst het aan
Israël (grenslijn 79 km). In het land bevindt zich het
Libanongebergte. De oostgrens met Syrië wordt gemarkeerd door het
Anti-Libanongebergte. Het woord Libanon (ook "Loubnan" of "Lebnan") komt van het
Aramese woord laban dat 'wit' betekent, een verwijzing naar de besneeuwde pieken van het Libanongebergte. Tussen deze twee gebergtes in loopt de
Bekavallei.
De belangrijkste rivieren zijn de
Litani en de
Asi. Het land heeft door de hoge bergen geen gebrek aan water. Van oudsher is Libanon een belangrijke leverancier van hout. De
ceder is nog steeds het symbool van het land en opgenomen in de nationale vlag.